Uitspraak
OZ,
Metselaar,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat een geschil centraal tussen OZ United B.V., een uitzendbureau, en Metselaar Textiel Service B.V., een onderneming in chemische wasserijen, over de betaling van facturen voor uitgeleende Letse werknemers. Metselaar had betaling van facturen over het laatste kwartaal van 2017 opgeschort uit vrees dat OZ haar contractuele verplichtingen niet zou nakomen, mede ingegeven door een FIOD-onderzoek naar OZ en haar moederbedrijf Bikkel Groep wegens vermoedens van belastingfraude en het niet betalen van het correcte cao-loon.
De rechtbank wees de vorderingen van beide partijen af en het hof bekrachtigt deze beslissing. Metselaar kon haar stellingen over wanprestatie en onrechtmatige daad niet voldoende onderbouwen, waardoor haar vorderingen daartoe faalden. Desondanks oordeelt het hof dat de vrees van Metselaar voor niet-nakoming van OZ voldoende concreet en objectief gerechtvaardigd was om opschorting van betaling te rechtvaardigen.
Het hof verwerpt de stelling van OZ dat de toepasselijke NBBU-voorwaarden opschorting uitsluiten en past de Haviltex-maatstaf toe bij de uitleg van de algemene voorwaarden. OZ heeft onvoldoende bewijs geleverd dat zij het correcte loon heeft betaald. Daarom mag Metselaar de betaling opschorten en kan OZ niet worden veroordeeld tot betaling van de openstaande facturen.
De kosten van het hoger beroep worden verdeeld: OZ wordt veroordeeld in de kosten van het principaal appel en Metselaar in die van het incidenteel appel. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en op 21 december 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank en oordeelt dat Metselaar terecht betaling heeft opgeschort, waardoor OZ niet tot betaling kan worden veroordeeld.