ECLI:NL:GHARL:2021:1717
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering tot schorsing tenuitvoerlegging vonnis ontruiming woning
In deze civiele zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 23 februari 2021 een incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis afgewezen. De voorzieningenrechter had eerder een vonnis gewezen waarbij appellante veroordeeld werd tot ontruiming van een woning met ondergrond, tuin, ligboxenstal en weilanden. Dit vonnis was uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Appellante had in hoger beroep een verzoek ingediend om de tenuitvoerlegging van dit vonnis te schorsen. Het hof stelde echter vast dat de executie van het vonnis al geheel was voltooid, aangezien appellante vrijwillig de woning en bijbehorende percelen had ontruimd en de sleutels had overgedragen aan geïntimeerde. Hierdoor ontbrak het belang bij de gevorderde schorsing.
De stellingen van appellante dat zij onder druk was gezet om te vertrekken en dat zij wilde terugkeren naar het perceel, waren niet relevant voor de beoordeling van de incidentele vordering. Het hof veroordeelde appellante in de kosten van het incident en bepaalde dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevindt, met aanhouding van verdere beslissingen.
Uitkomst: De incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis wordt afgewezen omdat de executie al geheel is voltooid.