Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2014 gescheiden waarbij de man partneralimentatie betaalde aan de vrouw. De rechtbank heeft in 2020 de alimentatie met ingang van 1 januari 2020 op nihil gesteld, hetgeen de vrouw in hoger beroep aanvecht.
Het hof beoordeelt de behoefte van de vrouw op €1.860 netto per maand en stelt haar verdiencapaciteit gelijk aan haar feitelijke inkomen van €1.307 netto per maand vast. Hiermee resteert een aanvullende behoefte van €553 netto. De draagkracht van de man wordt vastgesteld op €488 netto per maand, rekening houdend met zijn medische situatie en vermindering van werkuren.
Het hof oordeelt dat de vrouw zich voldoende heeft ingespannen om haar inkomen te verhogen en dat van de man geen herstel van vijfdaagse werkweek verwacht kan worden. De partneralimentatie wordt daarom vastgesteld op €488 per maand. De ingangsdatum van de wijziging wordt voorlopig vastgesteld op 1 januari 2020, maar het hof houdt de beslissing aan om partijen nader te laten informeren over een mogelijke terugbetalingsverplichting van de vrouw.
Uitkomst: Het hof wijzigt de partneralimentatie en houdt de zaak aan voor nadere informatie over terugbetalingsverplichting.