Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[naam1],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen sloten een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte bij Foodhallen Arnhem. Na huurachterstanden vorderde Foodhallen Arnhem ontruiming en betaling van achterstallige huur via kort geding. De voorzieningenrechter wees deze vorderingen toe en veroordeelde de huurder tot ontruiming en betaling.
In hoger beroep stelde de huurder nieuwe vorderingen, waaronder afgifte van inventaris en betaling van een bedrag, maar deze werden niet ontvankelijk verklaard omdat ze voor het eerst in hoger beroep werden ingesteld. Het hof beoordeelde vervolgens of Foodhallen Arnhem nog een spoedeisend belang had bij de vorderingen.
Het hof concludeerde dat de huurder niet van plan was terug te keren en dat het spoedeisend belang van Foodhallen Arnhem was komen te vervallen, mede omdat de ontruiming al had plaatsgevonden en de schade niet verder zou oplopen. Ook de huurachterstand was onvoldoende aannemelijk gemaakt vanwege betwisting over de hoogte en samenstelling van de vordering.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de voorzieningenrechter en wees de vorderingen van Foodhallen Arnhem af. Beide partijen dragen hun eigen kosten. Dit arrest is gewezen door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 2 maart 2021.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen van Foodhallen Arnhem af wegens ontbreken van spoedeisend belang.