Verdachte werd in hoger beroep vrijgesproken van het primair tenlastegelegde rijden onder invloed van cannabis omdat het bloedonderzoek niet voldeed aan de strikte voorschriften van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. Het bloedmonster was pas 15 dagen na afname ontvangen door het laboratorium, wat niet als 'zo spoedig mogelijk' kan worden beschouwd. Hierdoor werd het bloedonderzoek uitgesloten als bewijs.
De subsidiaire tenlastelegging van rijden onder invloed op basis van het bloedonderzoek werd eveneens verworpen. Voor de overige feiten, namelijk joyriding, rijden zonder rijbewijs en een snelheidsovertreding, achtte het hof verdachte wettig en overtuigend schuldig. Verdachte had zonder toestemming een auto van zijn broer gebruikt, reed zonder geldig rijbewijs en overschreed de maximumsnelheid met circa 51 km/u.
Gezien het strafblad en recidive van verdachte, waaronder eerdere veroordelingen voor rijden zonder rijbewijs, legde het hof een taakstraf van 20 uur (subsidiair 10 dagen hechtenis) voor joyriding op, 2 weken hechtenis voor rijden zonder rijbewijs en 1 week hechtenis voor de snelheidsovertreding. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht conform deze overwegingen.