Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zaaknummer gerechtshof ’s-Hertogenbosch 200.129.805,
zaaknummer rechtbank Zeeland-West-Brabant/Middelburg 234042)
1.Het procesverloop tot het geding bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- het vonnis van 14 januari en 15 april 2013 van de kantonrechter in de rechtbank Zeeland-
- het arrest van 10 juni 2014 en 9 september 2014 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch;
- het arrest van 2 september 2016 van de Hoge Raad der Nederlanden.
2.Het geding na verwijzing in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.Het geschil en de beslissingen tot en met het arrest van de Hoge Raad
toevoeging hof:van het hofmodel] in die zin dat de billijkheid dan in beginsel eist dat de vergoedingsplicht van de aanbieder geheel in stand blijft, zowel wat betreft een eventuele restschuld als wat de door de particuliere belegger reeds betaalde rente, aflossing en kosten aangaat. Dit geldt ook als de mogelijke financiële gevolgen van de leaseovereenkomst geen onaanvaardbare zware last voor de afnemer vormden. De Hoge Raad heeft voorts geoordeeld dat de middelen 2, 3 en 5 niet tot cassatie leiden en dat middel 4 geen behandeling behoeft. De Hoge Raad heeft vervolgens het arrest van het hof ’s-Hertogenbosch vernietigd en naar dit hof verwezen, met veroordeling van Dexia in de proceskosten.
5.De motivering van de beslissing in hoger beroep na verwijzing
1) Spaar Select [geïntimeerde] heeft geadviseerd met betrekking tot het onderhavige
6.De beslissing
20 april 2021voor akte uitlating aan de zijde van Dexia;