ECLI:NL:GHARL:2021:31
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering tot schorsing uitvoerbaarverklaring in civiele procedure over onbetaalde facturen en beroepsfouten
In deze civiele procedure gaat het om een incidentele vordering van appellante tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring van een vonnis van de kantonrechter. De kantonrechter had appellante veroordeeld tot betaling van onbetaalde facturen aan geïntimeerde, die haar als advocaat had bijgestaan in een echtscheidingsprocedure. Appellante stelde dat geïntimeerde beroepsfouten had gemaakt, onder meer door het niet aanvragen van een toevoeging voor rechtsbijstand, en vorderde terugbetaling van reeds betaalde bedragen, maar deze vordering werd afgewezen.
Het hof overweegt dat een veroordeling in beginsel uitvoerbaar is, ook tijdens hoger beroep, tenzij het belang van appellante bij behoud van de bestaande toestand zwaarder weegt dan dat van geïntimeerde. Het hof oordeelt dat appellante onvoldoende heeft gesteld om het belang van geïntimeerde te overstijgen. De stelling dat het vonnis een kennelijke misslag bevat wordt verworpen, omdat de kantonrechter terecht niet is ingegaan op het beroepsfoutenverweer vanwege het ontbreken van aansprakelijkheids- en schadevorderingen.
Het hof wijst de incidentele vordering af en veroordeelt appellante in de kosten van het incident. De hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevindt, en verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De incidentele vordering tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring wordt afgewezen en appellante wordt in de kosten van het incident veroordeeld.