De huurder verhuurt sinds 2008 een woning waarin op 17 januari 2019 een hennepkwekerij op zolder is aangetroffen. De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst wegens schending van de huurvoorwaarden die hennepteelt verbieden. De kantonrechter wees de vordering af wegens onvoldoende bewijs van daadwerkelijke hennepteelt.
In hoger beroep stelt het hof vast dat hoewel niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat er hennep is geteeld, alle benodigde materialen en apparatuur voor hennepteelt aanwezig waren. De verklaring van de huurder dat het materiaal voor bananenplanten was, wordt door het hof als ongeloofwaardig verworpen.
Het hof oordeelt dat de aanwezigheid van de kwekerij, ook als deze niet in werking was, een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst vormt. Gelet op het woonbelang van de huurder en haar minderjarige kinderen wordt een ruime ontruimingstermijn van acht weken toegekend. De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming, betaling van huur over de periode tussen ontbinding en ontruiming, en proceskosten.