Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 22 april 2021 een zorgregeling vastgesteld voor een minderjarige waarbij de vader en moeder gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. Na jaren zonder omgang is met veel moeite een feitelijke zorgregeling tot stand gekomen waarbij de vader begeleide omgang heeft met het kind. Het hof bepaalt dat het belang van het kind voorop staat en dat de moeder de centrale opvoeder blijft met het hoofdverblijf van het kind bij haar.
Het hof wijst het verzoek van de vader af om een 50/50-verdeling van de zorg vast te stellen, omdat dit niet verplicht is en niet in het belang van het kind wordt geacht. Er is geen sprake van ouderverstoting of oudervervreemding. De omgang wordt geleidelijk uitgebreid onder regie van de gecertificeerde instelling (GI), met onbegeleide omgang vanaf juli 2021, overnachtingen vanaf oktober 2021 en een reguliere regeling vanaf begin 2022 waarbij het kind om het weekend bij de vader verblijft.
De vakantieregeling wordt eveneens vastgesteld met een geleidelijke opbouw, waarbij vanaf 2023 de schoolvakanties en feestdagen gelijk verdeeld worden. Het hof benadrukt het belang van continuïteit in hulpverlening en samenwerking tussen ouders en GI. Verzoeken van de vader om dwangsommen en andere sancties tegen de moeder worden afgewezen. De kosten van het deskundigenonderzoek worden ten laste van 's Rijks kas gebracht.
Uitkomst: Het hof stelt een zorgregeling vast waarbij het kind vanaf begin 2022 om het weekend bij de vader verblijft met een geleidelijke opbouw onder regie van de gecertificeerde instelling.