ECLI:NL:GHARL:2021:409
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Sekeris
- Rechtspraak.nl
Parkeren voor in- en uitrit verboden ondanks toestemming en parkeervergunning
De betrokkene werd beboet voor het parkeren voor een in- of uitrit op 26 september 2017 in Leiden. Hij voerde aan dat het ging om een eigen parkeerplaats van een garagehouder die toestemming had gegeven en dat hij een parkeervergunning had voor het centrum van Leiden.
De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Het gerechtshof stelde vast dat de officier van justitie het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard wegens het ontbreken van gronden, omdat niet was voldaan aan de vereisten van de Algemene wet bestuursrecht.
Na vernietiging van de eerdere beslissingen oordeelde het hof dat het parkeren voor een in- of uitrit een absoluut verbod is, ongeacht toestemming van de uitritgebruiker of het bezit van een parkeervergunning. De plek was toegankelijk voor het openbaar verkeer en de garagehouder had onvoldoende maatregelen genomen om het terrein als privé te markeren.
Het beroep tegen de inleidende beschikking werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Het hof bevestigde daarmee het verbod op parkeren voor een in- of uitrit zoals opgenomen in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens parkeren voor een in- of uitrit wordt ongegrond verklaard en de boete van €90,- blijft in stand.