ECLI:NL:GHARL:2021:2990
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- F.R. Eggink
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens onvolledige machtiging in Wahv-zaak
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep van de betrokkene tegen een beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk had verklaard wegens het ontbreken van een volledige machtiging. De kantonrechter vond dat de machtiging geen naam van de betrokkene bevatte en dat daardoor niet duidelijk was dat Eggink gemachtigd was op te treden.
Het hof stelde vast dat de handtekening op de machtiging overeenkomt met die van de betrokkene op een brief in het dossier en dat het CJIB-nummer en e-mailadres op de machtiging juist waren ingevuld. Ondanks het ontbreken van een expliciete naam op de machtiging, achtte het hof de machtiging voldoende en vernietigde het de beslissing van de kantonrechter.
Het hof beoordeelde vervolgens het beroep inhoudelijk en verklaarde het ongegrond. De betrokkene had bezwaar gemaakt tegen een sanctie van €90 wegens parkeren voor een in- en uitrit. Het hof oordeelde dat de ambtenaar bevoegd was en dat het verweer dat het parkeren op eigen terrein zou zijn niet was onderbouwd. Ook waren geen omstandigheden aanwezig die matiging van de sanctie rechtvaardigden.
Tot slot wees het hof het verzoek om proceskostenvergoeding af omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld. Het arrest werd gewezen door mr. Wijma en uitgesproken in een openbare zitting.
Uitkomst: Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie wordt ongegrond verklaard en de beslissing van de kantonrechter vernietigd.