Uitspraak
Knol,
VIF7,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
2.Step-in recht
3.Afstand retentierecht
"Bijlage 1"is niet aan de overeenkomst gehecht.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond centraal of Knol Bouwgroep B.V. terecht afstand had gedaan van haar retentierecht op een appartementengebouw dat zij aan het transformeren was. De stap-in overeenkomst tussen VIF7 B.V., RBO Nederland B.V. en Knol bepaalde dat Knol afstand deed van retentierecht, maar Knol stelde dat deze overeenkomst vernietigbaar was wegens bedrog en dwaling.
Het hof oordeelde dat er wel degelijk wilsovereenstemming bestond over de step-in overeenkomst, ondanks dat de aannemingsovereenkomst waarnaar werd verwezen niet was bijgevoegd en nog niet definitief was gesloten. Het ontbreken van een ondertekende aannemingsovereenkomst stond partijen niet in de weg om de step-in overeenkomst te sluiten. Het beroep op bedrog faalde omdat Knol op de hoogte was dat de aannemingsovereenkomst nog niet definitief was.
Ook het beroep op dwaling werd verworpen omdat Knol onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij door VIF7 onjuist was geïnformeerd of dat VIF7 van een verkeerde veronderstelling uitging. Knol had bewust het risico genomen dat er discussie over de aanneemsom zou ontstaan.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter dat Knol haar retentierecht niet mocht uitoefenen en veroordeelde Knol in de proceskosten van het hoger beroep. De step-in overeenkomst bleef daarmee geldig en VIF7 kon zich beroepen op de afstand van het retentierecht door Knol.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat Knol geen retentierecht kan uitoefenen en veroordeelt haar in de proceskosten.