Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen, met zowel de Nederlandse als Roemeense nationaliteit, zijn in 1990 in Roemenië gehuwd en in 2016 gescheiden door een Roemeense rechtbank. De echtscheiding is in Nederland ingeschreven. De rechtbank Midden-Nederland had bepaald dat de vrouw €3.377,- per maand aan partneralimentatie aan de man moest betalen.
In hoger beroep betwist de vrouw de toepasselijkheid van Nederlands recht en de hoogte van de alimentatie, terwijl de man hogere alimentatie vordert. Het hof oordeelt dat Nederlands recht van toepassing is omdat de partijen hun laatste gezamenlijke gewone verblijfplaats in Nederland hadden en daar al circa 25 jaar wonen.
Vanwege onduidelijke en betwiste financiële gegevens en het ontbreken van een deskundigenonderzoek, beoordeelt het hof de behoefte van de man en de draagkracht van de vrouw schattenderwijs. Het hof corrigeert diverse posten in de behoeftelijst en komt tot een netto behoefte van €2.189,-, verminderd met de inkomsten van de man, resulterend in een netto aanvullende behoefte van €901,12 per maand.
De vrouw wordt geacht te kunnen bijdragen aan deze behoefte met €1.164,- per maand. Het hof vernietigt de eerdere beschikking en stelt de partneralimentatie vast op dit bedrag, met terugwerkende kracht vanaf 3 oktober 2019. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vrouw moet vanaf 3 oktober 2019 maandelijks €1.164,- partneralimentatie aan de man betalen.