Uitspraak
,
de bewindvoerder,
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil tussen de bewindvoerder van een budgethouder en een zorgverlener over de financiële verantwoording van een persoonsgebonden budget (PGB). Het Zorgkantoor had vastgesteld dat een deel van het toegekende PGB over 2014 niet verantwoord was en dit bedrag teruggevorderd. De bewindvoerder vordert van de zorgverlener schadevergoeding gelijk aan het teruggevorderde bedrag, stellende dat de zorgverlener tekort is geschoten in haar contractuele verplichting om niet alleen zorg te leveren, maar ook een deugdelijke financiële verantwoording af te leggen.
Het hof stelt vast dat tussen partijen een overeenkomst van opdracht (zorgovereenkomst) bestaat en dat de zorgverlener niet als een goed opdrachtnemer heeft gehandeld door onvoldoende en onduidelijke facturering en administratie te verstrekken. Hierdoor kon de budgethouder geen juiste verantwoording afleggen aan het Zorgkantoor. De bewindvoerder heeft tijdig geklaagd en de zorgverlener is in gebreke gebleven om de benodigde informatie te verstrekken.
De zorgverlener heeft aangevoerd dat de budgethouder zelf verantwoordelijk is voor de administratie en dat de bewindvoerder te laat heeft geklaagd, maar deze verweren worden verworpen. Het hof acht het aannemelijk dat de schade gelijk is aan het gevorderde bedrag en wijst de vordering toe. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zorgverlener wordt veroordeeld tot betaling van € 5.681,80 met rente en proceskosten.
Uitkomst: De zorgverlener wordt veroordeeld tot betaling van € 5.681,80 met rente en proceskosten wegens tekortschieten in de financiële verantwoording.