ECLI:NL:HR:2000:AA6159
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering tegen advocaat wegens tijdige betaling griffierecht
Eiser vorderde van zijn advocaat een bedrag van ƒ 78.736,48 wegens een beroepsfout: het griffierecht voor een bestuursrechtelijk beroep zou te laat zijn betaald, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Dit leidde ertoe dat de gemeente succesvol verhaal kon halen op eiser.
De rechtbank en het hof wezen de vordering af. Het hof oordeelde dat de advocaat redelijkerwijs mocht aannemen dat het griffierecht tijdig door de Raad van State zou worden ontvangen, gelet op de gangbare praktijk van betalingsverkeer en de data van overmaking en afboeking.
Het cassatieberoep richtte zich tegen dit oordeel, stellende dat de betaling te laat was verricht en daarmee onzorgvuldig. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat het hof een algemene ervaringsregel toepaste die niet in strijd is met de wet en dat het oordeel feitelijk en begrijpelijk is.
De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het geding en bevestigde daarmee de afwijzing van zijn vordering tegen de advocaat.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tegen de advocaat wordt afgewezen.