ECLI:NL:GHARL:2021:7326
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over onregelmatige tussentijdse beëindiging arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
De werknemer trad op 6 juni 2020 in dienst bij Groot Jachthuis voor zeven maanden. Op 10 juli 2020 vond een gesprek plaats waarin volgens de werknemer hij werd ontslagen, terwijl de werkgever stelde dat de werknemer zelf had opgezegd. Na dit gesprek werkte de werknemer niet meer, ontving een eindafrekening en moest een scooter inleveren. De werkgever riep hem niet meer op om te werken en gaf hem tips voor ander werk.
De kantonrechter wees de verzoeken van de werknemer af, maar het hof oordeelde dat de arbeidsovereenkomst door de werkgever was opgezegd en dat dit onregelmatig was. De opzegging voldeed niet aan de wettelijke vereisten, zoals schriftelijke instemming of een ontslagvergunning. De werknemer mocht er redelijkerwijs van uitgaan dat hij ontslagen was.
Het hof kende een schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging toe, gematigd tot drie maanden loon, en een transitievergoeding. Een verzoek om billijke vergoeding werd afgewezen omdat de werknemer na het ontslag inkomsten had ontvangen en de duur van het dienstverband kort was. Ook werden proceskosten aan de zijde van de werknemer toegewezen.
De beschikking van de kantonrechter werd vernietigd en het hoger beroep van de werknemer werd gegrond verklaard. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van de vergoedingen en proceskosten, met wettelijke rente en uitvoerbaarheid bij voorraad.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is onregelmatig door de werkgever opgezegd; de werknemer krijgt een gematigde schadevergoeding en transitievergoeding toegekend, geen billijke vergoeding.