Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2021:84

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 januari 2021
Publicatiedatum
6 januari 2021
Zaaknummer
Wahv 200.240.818/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor rijden snorfiets op voetpad zonder reële staandehoudmogelijkheid

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd van €95 wegens het rijden op het voetpad met een snorfiets, wat niet is toegestaan. De betrokkene betwistte de bevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) en stelde dat de ambtenaar de bestuurder ten onrechte niet staande hield.

Het hof oordeelde dat het optreden van de ambtenaar binnen de bevoegdheden viel en dat de eis van relatie tot de openbare orde niet van toepassing was. Verder stelde het hof vast dat artikel 5 Wahv Pro vereist dat de bestuurder wordt staande gehouden, tenzij er geen reële mogelijkheid was om dit veilig te doen.

De ambtenaar verklaarde dat hij te voet was en de snorfiets reed, waardoor staandehouding niet mogelijk was. Het hof achtte dit aannemelijk en bevestigde daarom de sanctie aan de kentekenhouder. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: De sanctie van €95 voor het rijden op het voetpad met een snorfiets wordt bevestigd omdat de ambtenaar te voet geen reële mogelijkheid had om de bestuurder staande te houden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.240.818/01
CJIB-nummer
: 198331744
Uitspraak d.d.
: 6 januari 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Holland van 12 april 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. J.M.C. Niederer, kantoorhoudende te Helmond.

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 9 september 2020 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

De griffier van de rechtbank heeft het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter toegezonden aan de griffier van het hof. Dit proces-verbaal is partijen in afschrift verstrekt.

De beoordeling

1. Het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter is toegevoegd aan het dossier. Het verweer van de gemachtigde slaagt op dit punt dan ook niet. Voor zover de gemachtigde betoogt dat het proces-verbaal niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen, slaagt dat evenmin. Het proces-verbaal bevat een zakelijk weergave van hetgeen is voorgevallen ter zitting, waaronder de conclusie waartoe de vertegenwoordiger van de officier van justitie is gekomen.
2. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “als (snor)fietser bij ontbreken (verpl.) (brom)fietspad niet de rijbaan gebruiken (bijv. rijden op trottoir, voetpad)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 april 2016 om 15:49 uur op de Riviervismarkt in Haarlem met het voertuig met het kenteken [Y-000-YY] .
3. De gemachtigde betwist dat de ambtenaar bevoegd was te handhaven en voert hiertoe aan dat het domein van de buitengewoon opsporingsambtenaar (hierna: boa) zeer waarschijnlijk ziet op domein I, openbare orde. Het handhaven op de verweten gedraging door de boa is slechts toegestaan in relatie tot de openbare orde. Hiervan is niet gebleken. Hij verwijst hierbij naar de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar uit 2015, in het bijzonder bijlage L, waaruit volgt dat een gemeentelijke boa slechts verbaliserend mag optreden indien op de gemaakte foto's het betreffende verkeersbord ook duidelijk is weergegeven en dat is niet het geval.
4. Het hof kan het betoog van de gemachtigde niet volgen. Het optreden van de ambtenaar valt binnen de in onderdeel 16 van paragraaf 6.4 van de Beleidsregels toegekende bevoegdheden. Voor de handhaving van de negatie van de hier in geding zijnde bebording geldt niet de eis van relatie tot de openbare orde. De verwijzing naar Bijlage L treft ook geen doel, nu voornoemde Bijlage L bij de Beleidsregels ziet op de handhaving op negatie van C-borden van het RVV 1990 door een buitengewoon opsporingsambtenaar. Dit is in de onderhavige zaak niet aan de orde.
5. De gemachtigde voert verder aan dat de bestuurder ten onrechte niet is staande houden en dat ook niet (adequaat) is gemotiveerd waarom niet kon worden staande gehouden. Aldus is de sanctie ten onrechte aan de betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
6. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
7. De advocaat-generaal heeft de ambtenaar om nadere informatie op dit punt gevraagd.
In een aanvullend proces-verbaal d.d. 10 augustus 2018 verklaart de ambtenaar het volgende:
“Op 28 april 2016 omstreeks 15:49 uur zag ik, verbalisant, in voornoemde straat een snorfiets van het merk Piaggio met kenteken [Y-000-YY] rijden. Ik zag namelijk dat de bestuurder van de snorfiets het verkeersbord G7 (voetgangersgebied) passeerde op de Riviervismarkt. Op het moment van de overtreding liep ik, verbalisant, op de Jansstraat in de richting van de Riviervismarkt. De rijrichting van de snorfiets kan ik na die 2,5 jaar niet meer schetsen. (…) Ik, verbalisant, weet wel dat wanneer ik niet over ga tot staandehouding daar een reden voor is. Zo’n reden kan zijn dat ik niet in/op de juiste positie sta om een staandehouding uit te voeren. Of dat de bestuurder mij eerst van achter naar voor passeert en dan een overtreding maakt.”
8. De aanvullende verklaring van de ambtenaar houdt in dat de ambtenaar te voet was en dat de snorfiets reed. Het hof leidt hieruit af en acht dat ook aannemelijk, dat er onder de gegeven omstandigheden geen reële mogelijkheid was om (op veilige wijze) tot staandehouding over te gaan. Nu het dossier evenmin aanwijzingen bevat dat de gegevens in het zaakoverzicht niet juist zijn, ziet het hof geen reden om aan de juistheid van de gegevens te twijfelen. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht en daarvoor terecht aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie is opgelegd.
9. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.