De heffingsambtenaar van de gemeente Huizen stelde de WOZ-waarde van een woning per 1 januari 2018 vast op €279.000. Na bezwaar werd deze verlaagd naar €268.000. Belanghebbenden gingen in beroep bij de rechtbank, die de uitspraak van de heffingsambtenaar vernietigde wegens schending van de hoorplicht en een proceskostenvergoeding toekende. De heffingsambtenaar stelde hoger beroep in, belanghebbenden incidenteel.
Het hof oordeelt dat de hoorplicht inderdaad is geschonden omdat de uitnodigingsbrief voor de hoorzitting niet aannemelijk is verzonden. Belanghebbenden waren niet verschenen omdat zij de uitnodiging niet ontvingen. De rechtbank had de proceskostenvergoeding ten onrechte vastgesteld; deze wordt gecorrigeerd. Over de WOZ-waarde oordeelt het hof dat de heffingsambtenaar voldoende onderbouwing leverde met een taxatierapport en vergelijkingsobjecten, waardoor de waarde niet te hoog is vastgesteld.
Het hof vernietigt het deel van de uitspraak over de proceskosten, bevestigt de rest, en veroordeelt de heffingsambtenaar tot een proceskostenvergoeding van €1.855,50. De uitspraak is op 7 september 2021 gedaan door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.