ECLI:NL:GHARL:2021:8441

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 september 2021
Publicatiedatum
6 september 2021
Zaaknummer
TBS P21/0129
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verlenging terbeschikkingstelling met aanvullend oordeel over duur

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 2 september 2021 het hoger beroep behandeld van de terbeschikkinggestelde tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland tot verlenging van de terbeschikkingstelling (TBS) met twee jaren.

Tijdens de zitting op 19 augustus 2021 zijn de terbeschikkinggestelde, zijn raadsman, de advocaat-generaal en deskundigen gehoord. De psycholoog adviseerde verlenging met één jaar, maar dit advies hield onvoldoende rekening met het recidiverisico en de voortgang van het behandeltraject. Zowel de forensisch psychiater als de kliniek adviseerden een verlenging van twee jaren.

Het hof oordeelt dat de rechtbank op juiste gronden heeft besloten tot verlenging van de TBS met twee jaren. Het hof benadrukt dat de behandeling en resocialisatie meer tijd vergen dan één jaar en dat het recidiverisico zonder verpleging hoog blijft. Daarom wordt de beslissing van de rechtbank bevestigd met een aanvulling op de gronden.

Uitkomst: De terbeschikkingstelling wordt verlengd met twee jaren, conform de beslissing van de rechtbank.

Uitspraak

TBS P21/0129
Beslissing d.d. 2 september 2021
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[naam terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
verblijvende in [de kliniek]
(hierna: de kliniek).
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 25 maart 2021, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaren.
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 26 maart 2021;
- de aanvullende informatie van de kliniek van 23 juli 2021, met als bijlage de wettelijke aantekeningen van week 47 van 2020 tot en met week 16 van 2021.
Het hof heeft ter zitting van 19 augustus 2021 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.C. de Goeij, advocaat te Alkmaar, en de advocaat-generaal
mr. D.J. de Jong. Daarnaast zijn als deskundigen gehoord drs. L. Wolsink, hoofdbehandelaar en GZ-psycholoog, verbonden aan de kliniek, dr. T.W.D.P. van Os, forensisch psychiater en drs. B. van Giessen, klinisch psycholoog.

Overwegingen:

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde heeft grote stappen gezet. Verlenging van de verpleging van overheidswege met de duur van één jaar zal een grote steun in de rug voor de terbeschikkinggestelde zijn. Als er over zes maanden bij de volgende verlengingsprocedure blijkt dat een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege nog niet aan de orde is, wordt die verpleging verlengd. De therapieën die hij volgt, kan hij ook ambulant volgen. De raadsman heeft verzocht om de verpleging van overheidswege te verlengen met de duur van één jaar.
Het standpunt van het openbaar ministerie
Het is verstandig om de therapieën en behandeling voort te zetten in het kader van de verpleging van overheidswege. Er kan worden gezocht naar een beschermde woonvorm waar de terbeschikkinggestelde zich kan settelen. Als de reclassering te snel bij het resocialisatietraject van de terbeschikkinggestelde betrokken wordt, bestaat het risico dat hij wordt overvraagd en dat de spanningen snel oplopen. Het resocialisatietraject neemt meer dan één jaar in beslag. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank.
Het oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist de terbeschikkingstelling te verlengen voor de duur van twee jaren. Daarom zal de beslissing, waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd met aanvulling van het volgende.
Maximering
Het hof stelt vast dat de maatregel is opgelegd ter zake van misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
Duur van de verlenging
Evenals de rechtbank heeft het hof als uitgangspunt dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar, de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden voor de duur van twee jaren. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
Het hof neemt daarbij in aanmerking dat psycholoog Van Giessen weliswaar adviseert de terbeschikkingstelling te verlengen met de duur van één jaar om een vinger aan de pols te houden, maar de argumenten die hij daarvoor aanvoert, houden onvoldoende rekening met het recidiverisico en de stand van zaken van het behandeltraject van de terbeschikkinggestelde.
Zowel psychiater Van Os als de kliniek adviseren tot het verlengen van de terbeschikkingstelling met de duur van twee jaren. Het recidiverisico zonder het kader van de verpleging van overheidswege is hoog. Er moet gekeken worden of de aan de terbeschikkinggestelde aangeboden structuur stevig genoeg is. Door therapie moet een eventuele nieuwe ontregeling voorkomen worden en er moet ook nog worden gezocht naar een goede nieuwe woonvoorziening. Het traject van de terbeschikkinggestelde zal meer tijd in beslag zal nemen dan één jaar. Het hof sluit zich daarbij aan.

Beslissing

Het hof:
Bevestigt,met aanvulling van gronden, de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 25 maart 2021 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde
[naam terbeschikkinggestelde].
Aldus gedaan door
mr. M.E. van Wees als voorzitter,
mr. A.B.A.P.M. Ficq en mr. E.A.K.G. Ruys als raadsheren,
en dr. R.A. Graaff en drs. R.J.A. van Helvoirt als raden,
in tegenwoordigheid van mr. R. Kaatman als griffier,
en op 2 september 2021 in het openbaar uitgesproken.
Mr. Ruys en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.