ECLI:NL:GHARL:2022:11163
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Toelating bewijs in geschil over mondelinge geldleningsovereenkomst van €38.000
Appellant vordert terugbetaling van €38.000 die hij in 2016 mondeling zou hebben uitgeleend aan geïntimeerde en diens toenmalige echtgenote. Geïntimeerde betwist het bestaan van deze lening en dat hij enig bedrag verschuldigd is. De rechtbank wees de vordering af wegens onvoldoende bewijs.
In hoger beroep heeft appellant schriftelijke verklaringen ingebracht van betrokkenen die de lening bevestigen, maar het hof oordeelt dat deze stellingen nog niet bewezen zijn. Geïntimeerde wijst op inconsistenties en vermoedens van onwaarachtige verklaringen.
Het hof acht de onderbouwing van appellant voldoende om tot bewijs toe te laten, maar gaat nog niet in op de waarde van de verklaringen. Het hof bepaalt nadere procedurele stappen voor het horen van getuigen en houdt verdere beslissing aan.
Deze tussenuitspraak biedt appellant de mogelijkheid om zijn bewijs te leveren en de zaak verder te laten behandelen.
Uitkomst: Hof laat appellant toe tot bewijslevering en houdt verdere beslissing aan.