Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[naam1],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat de waarschuwingsplicht van een aannemer centraal die een zonnestudio inrichtte. De opdrachtgever gaf in 2018 opdracht voor de inrichting van een nieuwe bedrijfsruimte. Tijdens de uitvoering bleek dat het ontwerp aangepast moest worden, onder meer vanwege problemen met de balie en toegangsdeuren. De aannemer factureerde meerwerk voor het realiseren van een hoofdaansluiting, wat door de opdrachtgever werd betwist.
De rechtbank veroordeelde de opdrachtgever tot betaling van een bedrag, verminderd met een verrekeningsbedrag wegens tekortkomingen. In hoger beroep handhaafde de opdrachtgever haar verrekeningsverweren en stelde dat de aannemer onvoldoende had gewaarschuwd voor meerwerk en tekortkomingen, waaronder de plaatsing van de balie, de deurwissel en de te krappe cabines.
Het hof oordeelde dat de aannemer niet tijdig en concreet had gewaarschuwd voor de kosten van de hoofdaansluiting, waardoor deze kosten ten onrechte in rekening waren gebracht. Ook werd geoordeeld dat de aannemer tekort was geschoten in haar waarschuwingsplicht omtrent de deurwissel en het verrijdbaar maken van de balie. Voor de aanpassing van de cabines en omzetderving werd onvoldoende onderbouwing gegeven. Het hof stelde de verrekenvorderingen deels toe en bepaalde een aangepaste betalingsverplichting voor de opdrachtgever.
Het hoger beroep werd gedeeltelijk gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd voor zover het de veroordeling betrof en voor het overige bekrachtigd. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: De opdrachtgever wordt veroordeeld tot betaling van €21.778,05, verminderd met verrekenvorderingen wegens tekortkomingen van de aannemer.