Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Kern van de zaak en de beslissing
2.Het procesverloop tot nu toe
3.De vaststaande feiten
4.De beoordeling
760
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
HBR vorderde vernietiging van een arbitraal vonnis van het Scheidsgerecht Gezondheidszorg waarin was geoordeeld dat niet duidelijk is of physician assistants (PA’s) bevoegd zijn tot het plaatsen van botoxinjecties, en dat het risico van die onduidelijkheid voor HBR komt. De overeenkomst tussen HBR en [gedaagde], een PA, werd beëindigd nadat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) had aangegeven dat PA’s botoxinjecties niet mogen plaatsen, maar dit bleek juridisch onduidelijk.
Het hof oordeelde dat het scheidsgerecht zich niet aan zijn opdracht had gehouden noch het vonnis in strijd was met de openbare orde. De standpunten van verschillende beroepsverenigingen en IGJ-inspecteurs waren tijdens de procedure besproken, en het scheidsgerecht had slechts een overweging ten overvloede gemaakt. De toepassing van arbeidsrechtelijke normen door het scheidsgerecht werd niet als strijdig met openbare orde aangemerkt, omdat partijen zelf de maatstaf voor tussentijdse opzegging hadden bepaald.
Het hof concludeerde dat het vonnis voldoende was gemotiveerd en dat essentiële verweren van HBR waren behandeld. De vordering tot vernietiging werd afgewezen en HBR werd veroordeeld in de proceskosten. Het arrest werd gewezen door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 15 februari 2022.
Uitkomst: De vordering van HBR tot vernietiging van het arbitraal vonnis wordt afgewezen en HBR wordt veroordeeld in de proceskosten.