ECLI:NL:GHARL:2022:2382
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beroepsaansprakelijkheid advocaat wegens onvoldoende advisering over contractuele vervaltermijn
In deze civiele zaak staat de beroepsaansprakelijkheid van een advocaat centraal die haar cliënt heeft bijgestaan in een echtscheidingsprocedure. De cliënt stelt dat de advocaat onzorgvuldig heeft gehandeld door onder meer onjuiste procedurele handelingen in de partneralimentatiezaak, het niet starten van een procedure over huishoudelijke kosten en het nalaten te wijzen op het conversierecht en de vervaltermijn in de huwelijkse voorwaarden.
De rechtbank wees de vorderingen van de cliënt af, maar het hof oordeelt dat de advocaat geen verwijt kan worden gemaakt voor de procedurele aspecten rondom partneralimentatie en huishoudelijke kosten. Het hof benadrukt dat suboptimaal procederen niet snel leidt tot aansprakelijkheid en dat het advies over de huishoudelijke kosten niet onjuist was.
Wel stelt het hof vast dat de advocaat tekort is geschoten door de cliënt niet adequaat te informeren over het recht op conversie van pensioenrechten en de daaraan verbonden vervaltermijn van zes maanden. Dit is een afwijking van de hoofdregel en had de cliënt moeten worden uitgelegd. De advocaat wordt daarom aansprakelijk gehouden voor de schade die hieruit voortvloeit.
Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd, de advocaat wordt veroordeeld tot schadevergoeding nader op te maken bij staat, en de proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De advocaat is aansprakelijk voor onvoldoende advisering over het conversierecht en de vervaltermijn en moet schadevergoeding betalen, terwijl overige klachten worden afgewezen.