ECLI:NL:GHARL:2022:3775
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Beswerda
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Uniforme toepassing proceskostenvergoeding in bestuursrechtelijke Mulderzaken
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen een beslissing van de kantonrechter inzake de toekenning van een proceskostenvergoeding in het kader van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).
De kantonrechter had een lagere wegingsfactor (0,25) toegepast voor de berekening van de proceskostenvergoeding, omdat de zaak als 'zeer licht' werd aangemerkt. De gemachtigde van de betrokkene stelde dat dit onjuist was en dat de wegingsfactor 0,5 (licht) moest zijn, conform de jurisprudentie van het hof.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter de wegingsfactor niet marginaal maar volledig moet toetsen en dat in Mulderzaken het uitgangspunt een wegingsfactor van 0,5 is. De argumenten van de kantonrechter betroffen niet het gewicht van de zaak, maar de inspanning van de gemachtigde, wat niet tot afwijking van het uitgangspunt leidt.
Daarom vernietigde het hof het besluit van de kantonrechter over de proceskostenvergoeding en kende een hogere vergoeding toe, waarbij de wegingsfactor 0,5 werd toegepast voor het administratief beroep en het beroep bij de kantonrechter, en 0,25 voor het hoger beroep. De advocaat-generaal werd veroordeeld tot betaling van € 1.734,- aan proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijzigt de proceskostenvergoeding en veroordeelt de advocaat-generaal tot betaling van € 1.734,- aan de betrokkene.