Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant1] ,
[appellante2],
[appellant3],
[appellant4],
[appellant5],
[appellant6] ,
[appellante7],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellanten sloten tussen 2008 en 2010 koopovereenkomsten met DGW onder de Koopgarantregeling, waarbij zij woningen met korting kochten en bij terugkoop een waardeverschil deelden. Zij stelden dat de marktwaarde bij aankoop en terugkoop onjuist was vastgesteld, waardoor zij schade leden.
De rechtbank wees hun vorderingen af wegens verjaring en onvoldoende onderbouwing van dwaling en tekortkoming. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij pas na uitzendingen en memo's over taxaties op onregelmatigheden waren gewezen en dat de taxaties niet conform de Koopgarantbepalingen waren uitgevoerd.
Het hof oordeelde dat appellanten hun dwalingsberoep onvoldoende feitelijk hadden onderbouwd en dat de taxaties, ook gezien de verschillende deskundigenrapporten, niet onjuist konden worden geacht. Ook was geen sprake van tekortkoming of onrechtmatig handelen door DGW. De koopgarantbepalingen vormden geen algemene voorwaarden en voldeden aan het transparantievereiste. Het beroep op oneerlijke handelspraktijken werd eveneens afgewezen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellanten in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het beroep van appellanten af wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing.