Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] , België,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
17 april 2020.
Hoge Raad
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een akte van hoofdelijke aansprakelijkheid vernietigbaar was wegens bedrog of dwaling. Eisers stelden dat de akte tot stand was gekomen onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken door verweerster, die als makelaar optrad maar ondertussen een eigen financieel belang had bij de verkoop van een bedrijfspand.
De feiten betroffen een complexe koop- en verkoopconstructie van een pand waarbij verweerster het pand kocht van A B.V. en vervolgens doorverkocht aan een vennootschap van eisers. Tevens werd een huurder aangedragen die niet betrouwbaar bleek, wat leidde tot betalingsachterstanden en het opeisen van de koopsom. Eisers voerden aan dat verweerster hen bewust misleid had over haar rol en het financiële belang, en over de kredietwaardigheid van de huurder.
Het hof had het beroep op vernietigbaarheid van de akte wegens bedrog en dwaling verworpen, omdat de onjuiste mededelingen niet de kern van de akte zouden betreffen. Ook oordeelde het hof dat eisers hoofdelijk aansprakelijk waren voor de helft van het restant van de koopprijs, ondanks het onrechtmatig handelen van verweerster.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd door te stellen dat alleen onjuiste mededelingen die de kern van de overeenkomst raken tot vernietiging kunnen leiden. Ook had het hof onvoldoende gemotiveerd waarom toepassing van redelijkheid en billijkheid tot gedeeltelijke aansprakelijkheid leidde. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak voor verdere behandeling terug naar een ander gerechtshof.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.