Uitspraak
1.[appellant] ,
[appellanten] c.s.,
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerden] c.s.,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze procedure betreft een geschil over een concurrentiebeding opgenomen in een koopovereenkomst uit 2015 tussen partijen, waarbij de verkopers zich verplichtten niet te concurreren binnen een straal van 50 kilometer rond de overgenomen bakkerij. In 2019 waren de verkopers kortstondig betrokken bij een andere bakkerij binnen dat gebied, wat door de kopers als overtreding van het beding werd gezien.
De rechtbank wees de vordering van de kopers tot betaling van boetes af en matigde de boetes tot nihil. Het hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat de overtreding niet welbewust was, slechts kort duurde en plaatsvond in een bakkerij met een bescheiden commerciële omvang. Tevens is niet gebleken dat de kopers schade hebben geleden.
Het hof benadrukt dat de matigingsbevoegdheid van artikel 6:94 BW Pro terughoudend moet worden toegepast, maar dat in dit geval de omstandigheden, waaronder het ontbreken van schade en de aard van de betrokken bakkerij, een matiging tot nihil rechtvaardigen. Ook het recht op hoor en wederhoor is in hoger beroep voldoende gewaarborgd.
De vorderingen van appellanten worden afgewezen en de vonnissen van de rechtbank worden bekrachtigd. Appellanten worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De boetes wegens overtreding van het concurrentiebeding worden tot nihil gematigd en het hoger beroep van appellanten wordt afgewezen.