ECLI:NL:GHARL:2022:5152
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- M.S.A. van Dam
- Ö. Sari
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing voorlopig getuigenverhoor wegens gezag van gewijsde vaststellingsovereenkomst
Deze civiele procedure betreft een hoger beroep tegen de afwijzing van een verzoek om een voorlopig getuigenverhoor door de rechtbank Amsterdam. De verzoeker, een advocaat, vordert opnieuw het horen van (voormalig) medewerkers en bestuurders van Rochdale om te bewijzen dat een vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen door meineed en valsheid in geschrifte.
De vaststellingsovereenkomst werd in 2012 gesloten ter beëindiging van een eerdere procedure tussen partijen, waarin de verzoeker schadevergoeding vorderde wegens vermeende tekortkomingen van Rochdale. In eerdere procedures is deze overeenkomst door de rechter als rechtsgeldig beoordeeld en is het beroep op nietigheid wegens misbruik van omstandigheden afgewezen, hetgeen in kracht van gewijsde is gegaan.
Het hof overweegt dat het gezag van gewijsde aan het eerdere arrest in de weg staat om dezelfde rechtsbetrekking, de vaststellingsovereenkomst, opnieuw aan te vechten op basis van dezelfde feiten. Het verzoek om een voorlopig getuigenverhoor wordt daarom afgewezen wegens gebrek aan belang, omdat de vordering geen kans van slagen heeft.
Verder wijst het hof het verzoek van Rochdale af om de werkelijke proceskosten toe te wijzen, omdat onvoldoende is gebleken van misbruik van procesrecht. De kosten worden vastgesteld op basis van het liquidatietarief. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek om een voorlopig getuigenverhoor vanwege het gezag van gewijsde en wijst het verzoek af.