ECLI:NL:GHARL:2022:6106
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sanctie kentekenhouder bij overtreding geslotenverklaring zonder staandehouding
De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 RVV 1990) op 22 februari 2020. De betrokkene stelde dat de officier van justitie de wettelijke termijn van zes weken voor het doorsturen van het dossier aan de rechtbank had overschreden, wat volgens hem de beginselen van behoorlijke procesorde schond. Tevens voerde hij aan dat hij ten onrechte niet staande was gehouden.
Het hof oordeelde dat de termijnoverschrijding niet leidt tot niet-ontvankelijkheid of vernietiging van de beschikking, omdat de Wahv dit niet voorziet en er geen structurele schending was. Uit het aanvullend proces-verbaal bleek dat de ambtenaar onderweg was naar een melding met hogere prioriteit (inbraak) en daarom geen staandehouding kon verrichten, maar de bestuurder wel aansprak en het kenteken noteerde.
Volgens artikel 5 Wahv Pro mag bij ontbreken van een reële mogelijkheid om de identiteit vast te stellen, de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. Het hof vond de uitleg van de ambtenaar en de omstandigheden voldoende om dit toe te passen. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De sanctie van €140,- aan de kentekenhouder wordt bevestigd, verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.