Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil over een legaat van een perceel land in Suriname, gelegateerd door de erflater aan een niet-erkend kind, appellant. De erfgenamen hebben het perceel verdeeld zonder het legaat aan appellant te voldoen. Appellant vordert levering van het perceel en stelt dat de erfgenaam onrechtmatig heeft gehandeld door het legaat te verzwijgen.
De rechtbank wees de vordering af wegens verjaring van de rechtsvordering. In hoger beroep bevestigt het hof dit oordeel. Het hof stelt vast dat niet is komen vast te staan dat de erfgenaam het legaat opzettelijk heeft verzwegen. De notaris heeft het testament over het hoofd gezien vanwege een verkeerde registratie in het Centraal Testamentenregister in Suriname.
Het hof beoordeelt het beroep op de verjaringstermijn van 20 jaar en acht deze niet onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Er is geen grond voor verlenging van de verjaring, omdat appellant niet binnen de verlengde termijn zijn vordering heeft ingesteld. Het hoger beroep wordt afgewezen en appellant wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank vanwege verjaring van de rechtsvordering en afwezigheid van onrechtmatig handelen.