Uitspraak
[appellante],
Pals,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellante liep als baby ernstig letsel op door een fout van een kraamverzorgster. Haar ouders sloten in 1990 namens haar een dading met de aansprakelijkheidsverzekeraar, waarbij een finale kwijting werd verleend, met een voorbehoud voor toekomstige medische kosten. Later ontstond discussie over vergoeding van aanvullende kosten, waarna appellante Pals aansprakelijk stelde wegens beroepsfout.
De rechtbank wees de vordering af wegens verjaring. In hoger beroep betoogde appellante dat de verjaringstermijn nog niet was verstreken en dat het beroep daarop onaanvaardbaar was op grond van redelijkheid en billijkheid. Het hof oordeelde dat de objectieve verjaringstermijn van twintig jaar was verstreken, omdat het schadeveroorzakend handelen van Pals in 1990 lag en er geen stuiting had plaatsgevonden.
Het hof verwierp ook het beroep op redelijkheid en billijkheid, omdat geen uitzonderlijke omstandigheden waren gesteld die het verjaringstermijn zouden kunnen doorbreken. De vordering was daarom verjaard en het hoger beroep slaagde niet. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd en appellante werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van appellante jegens Pals is verjaard en het hoger beroep wordt afgewezen.