In deze zaak vordert eiseres, die een erfpachtcontract met Utrechts Landschap had en een langdurig conflict met deze partij voerde, dat het hof de door Utrechts Landschap aangezegde dwangsommen opheft of matigt. Het hof oordeelt dat het als voorzieningenrechter niet bevoegd is om dwangsommen te wijzigen die door het hof zelf als bodemrechter zijn opgelegd.
Eiseres had het erfpachtcontract formeel laten eindigen en ontruimde het perceel, maar Utrechts Landschap stelde herstelwerkzaamheden en dwangsommen wegens gebreken na ontruiming. Eiseres stelde dat zij aan haar verplichtingen had voldaan en dat de dwangsommen hun prikkel tot nakoming hadden verloren. Het hof overwoog dat de dwangsommen terecht waren opgelegd en dat de herstelkosten nog aanzienlijk waren.
Het hof verklaart zich daarom onbevoegd om op grond van artikel 611d Rv als voorzieningenrechter de dwangsommen te wijzigen. De bevoegdheid om over de executie van de dwangsommen te oordelen ligt bij de executiegeschilrechter. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.