ECLI:NL:GHARL:2023:10020
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- R.D.J. Visschers
- M.L. Plas
- C.H. Zuur
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en ontvankelijkheid verzoek tot vergoeding kosten raadsman na feitenonderzoek politiegeweld
Appellante, een opsporingsambtenaar, was betrokken bij een aanhouding waarbij zij geweld gebruikte met een politiehond. Na een feitenonderzoek op grond van artikel 511a Sv besloot het Openbaar Ministerie geen vervolging in te stellen. Appellante verzocht vergoeding van haar raadsman kosten bij de rechtbank Midden-Nederland, die zich onbevoegd verklaarde en verwees naar rechtbank Oost-Brabant.
In hoger beroep oordeelt het hof dat de rechtbank Midden-Nederland bevoegd was om kennis te nemen van het verzoek, omdat dit gerecht exclusief bevoegd is bij vervolging van opsporingsambtenaren voor geweldgebruik in functie. Echter, het hof stelt dat het feitenonderzoek geen strafrechtelijke vervolging is en ook niet daarmee gelijkgesteld kan worden.
Daarom verklaart het hof appellante niet-ontvankelijk in haar verzoek tot vergoeding van kosten raadsman. Het hof vernietigt de eerdere beschikking en besluit de zaak zelf af te doen uit oogpunt van doelmatigheid. Het hof benadrukt dat de kosten van rechtsbijstand tijdens een feitenonderzoek in beginsel door de politie worden gedragen en dat er geen sprake is van een “zaak” in de zin van artikel 530 Sv Pro.
Uitkomst: Appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot vergoeding van kosten raadsman na feitenonderzoek.