Nilfisk B.V. stelde zich op het standpunt dat het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst met haar senior servicemonteur, [geïntimeerde], gehandhaafd moest worden, nadat deze een dienstverband bij een concurrent, ICE Cobotics Benelux B.V., wilde aangaan. Het concurrentiebeding verbiedt [geïntimeerde] om binnen twaalf maanden na het einde van het dienstverband voor een concurrent te werken.
De kantonrechter had in kort geding het concurrentiebeding geschorst, zodat [geïntimeerde] zijn werkzaamheden bij ICE mocht starten. Nilfisk ging in hoger beroep tegen deze beslissing en tegen de veroordeling in proceskosten.
Het hof oordeelde dat het concurrentiebeding bedoeld is ter bescherming van het bedrijfsdebiet van de werkgever en niet om werknemers te binden. De functie van senior servicemonteur en de kennis die [geïntimeerde] heeft, waaronder onderhoud van autonome schoonmaakrobots, rechtvaardigen geen beperking van zijn grondrecht op vrije arbeidskeuze. Bovendien opereert ICE in een ander marktsegment, waardoor het concurrentierisico gering is.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde Nilfisk in de proceskosten van het hoger beroep. De belangenafweging viel duidelijk uit in het voordeel van [geïntimeerde].