Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 1976 gehuwd. De vrouw is in 2018 onder curatele gesteld wegens haar gezondheidstoestand. In 2019 sprak de rechtbank de echtscheiding uit, maar het hof vernietigde deze beschikking in 2020 en wees het verzoek af omdat de vrouw instemde met afwijzing.
In november 2022 sprak de rechtbank opnieuw de echtscheiding uit en verklaarde de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek tot verdeling van de gemeenschap. De man ging hiertegen in hoger beroep omdat hij het niet eens was met de echtscheiding.
Tijdens de procedure overleed de vrouw op 2 augustus 2023. Hierdoor is het huwelijk ontbonden volgens artikel 1:149 lid Pro a BW. Het hof oordeelt dat de vrouw geen belang meer heeft bij het verzoek tot echtscheiding en vernietigt de beschikking van de rechtbank. Het hof verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek en wijst het meer of anders verzochte af.
Het hof ziet geen noodzaak meer voor het benoemen van een deskundige om de wilsbekwaamheid van de vrouw te onderzoeken, omdat dit geen invloed heeft op de uitkomst. De procedure wordt daarmee beëindigd.
Uitkomst: Het hof verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek tot echtscheiding vanwege haar overlijden, waardoor het huwelijk is ontbonden.