Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[verzoeker],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn ouders van twee minderjarige kinderen en oefenden gezamenlijk het ouderlijk gezag uit. Na beëindiging van hun relatie in 2017 was in het ouderschapsplan afgesproken dat de man geen kinderalimentatie zou betalen vanwege zijn ziektewetuitkering. De vrouw verzocht wijziging van deze regeling, waarna de rechtbank een bijdrage van €79 per kind per maand vaststelde.
De man kwam in hoger beroep met drie grieven: dat partijen bewust waren afgeweken van de wettelijke maatstaven, dat de zorgkorting onjuist was vastgesteld en dat zijn schulden en draagkracht onvoldoende waren meegewogen. De vrouw kwam incidenteel in hoger beroep over haar draagkracht.
Het hof oordeelde dat de afwijking ten nadele van de kinderen niet relevant is voor de discussie over bewuste afwijking, dat de zorgkorting van 15% passend was gezien de feitelijke omgang en dat de man zijn schulden onvoldoende onderbouwde. De aanvaardbaarheidstoets faalde eveneens wegens gebrek aan bewijs. De grief van de vrouw over haar draagkracht faalde ook.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank met verbeterde gronden en wees het meer of anders verzochte af. Tevens overwoog het hof dat de bijdrage voor de meerderjarige oudste kind na 2022 geldt als bijdrage in levensonderhoud en studie.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de wijziging van kinderalimentatie en wijst de grieven van de man af.