Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep van 30 juni 2022
- de verstekverlening tegen [geïntimeerde]
- de memorie van grieven.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Wepro Engineering B.V. leverde diensten aan Divardy Constructions B.V., die failliet ging op 12 maart 2019. Wepro vorderde betaling van onbetaalde facturen en stelde de bestuurder persoonlijk aansprakelijk op grond van bestuurdersaansprakelijkheid volgens de Beklamel-norm.
De kantonrechter wees de vorderingen af wegens het ontbreken van een persoonlijk ernstig verwijt aan de bestuurder. In hoger beroep wijzigde Wepro haar eis en voerde aan dat de bestuurder vanaf verschillende peildata aansprakelijk was.
Het hof oordeelde dat de wijziging van eis toelaatbaar was ondanks het ontbreken van betekening, omdat de nieuwe vorderingen een subsidiaire invulling waren binnen dezelfde juridische grondslag. Het hof stelde dat persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder vereist dat deze wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou nakomen en geen verhaal bood.
Wepro slaagde er niet in voldoende bewijs te leveren dat de bestuurder al op 14 januari of 12 februari 2019 dit ernstig verwijt kon worden gemaakt. Wel was het hof van oordeel dat de bestuurder vanaf de datum van de faillissementsaanvraag (26 februari 2019) een ernstig verwijt treft, omdat hij toen wist of behoorde te weten dat de vennootschap haar betalingsverplichtingen niet zou nakomen.
Het hof veroordeelde de bestuurder tot betaling van € 6.080,84 plus wettelijke rente en proceskosten, en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De bestuurder wordt aansprakelijk gehouden voor onbetaalde facturen vanaf de faillissementsaanvraag en veroordeeld tot betaling van € 6.080,84 plus rente en proceskosten.