Uitspraak
1.[appellant] ,
[appellanten],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen, buren met aangrenzende percelen, zijn in geschil over de juiste ligging van hun erfgrens. Het Kadaster voerde in 2019 en 2020 grensreconstructies uit waarbij een administratieve fout in de Basisregistratie Kadaster werd hersteld, maar de feitelijke grens ongewijzigd bleef. [Appellanten] betwistten de uitkomsten en stelden dat een andere historische kaart en notariële akte een andere grens aangaven.
Het hof oordeelde dat de vermelding van perceeloppervlakte in de notariële akte slechts indicatief is en dat het Kadaster als aangewezen instantie de grens correct heeft vastgesteld. Ook ontbraken voldoende aanwijzingen voor afwijkende grensstenen zoals vermeld in een oude leveringsakte. Het hof verwierp de stellingen van [appellanten] en bevestigde het vonnis van de rechtbank.
Daarnaast wees het hof de aanvullende vorderingen van [geïntimeerde] af, omdat uitvoering was gegeven aan het vonnis en geen belang meer bestond bij dwangsommen. Beide hoger beroepen werden afgewezen, met een proceskostenveroordeling voor [appellanten] in het principaal hoger beroep en voor [geïntimeerde] in het incidenteel hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt de erfgrens zoals vastgesteld door het Kadaster en wijst het hoger beroep van [appellanten] af.