In deze civiele zaak staat de omvang en uitleg van een geldleningsovereenkomst centraal tussen [appellante] en [geïntimeerde]. [Geïntimeerde] heeft geld geleend van [appellante] om het autobedrijf van haar zoon te ondersteunen, waarbij de leningsovereenkomst een bedrag van €27.000 vermeldt, hoewel ook het woord 'dertig' was doorgestreept. Er is discussie over het totale geleende bedrag en de terugbetalingsverplichting.
De kantonrechter had geoordeeld dat de lening €27.000 bedroeg en dat [geïntimeerde] slechts tot 50% van de lening gehouden was tot terugbetaling, mede vanwege de risicoverdeling en de achtergrond van de lening. [Appellante] stelde hoger beroep in om volledige betaling te verkrijgen en voerde onder meer onverschuldigde betaling en vernietiging van een deel van de lening aan.
Het hof oordeelt dat onvoldoende is onderbouwd dat het geleende bedrag €30.000 bedroeg en bevestigt dat de lening €27.000 is. Het beroep op onverschuldigde betaling en vernietiging wordt afgewezen wegens procedurele redenen. De uitleg van de overeenkomst en de omstandigheden leiden ertoe dat [appellante] niet slechts voor 50% aanspraak kan maken op terugbetaling. Het hof veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling van €10.900 plus wettelijke rente en proceskosten, en wijst overige vorderingen af.