Belanghebbende voerde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland inzake herziening van verliesbeschikkingen en navordering van ZVW over de jaren 2015 en 2016. De Inspecteur had na een boekenonderzoek positieve inkomens vastgesteld en navorderingsaanslagen opgelegd, omdat voertuigen waren verkocht die tot het ondernemingsvermogen behoorden.
Het Hof oordeelde dat de voertuigen inderdaad tot het ondernemingsvermogen van belanghebbende bleven behoren, ook na het staken van de verhuuractiviteiten, omdat zij werden aangehouden in afwachting van verkoop. Het stuk dat een koopovereenkomst met de echtgenoot zou aantonen, werd niet geloofd vanwege gebrekkige administratie en het ontbreken van uitvoering.
Verder stelde het Hof vast dat belanghebbende en haar adviseur te kwader trouw waren bij het doen van de aangiften, omdat zij wisten dat de administratie niet voldeed en dat daardoor het ondernemingsverlies te hoog werd vastgesteld. De Inspecteur was daarom bevoegd de verliesbeschikkingen te herzien en navorderingsaanslagen op te leggen.
Ook de dotatie aan een kostenegalisatiereserve voor schade aan het dak van het bedrijfspand werd afgewezen, omdat onvoldoende zekerheid bestond over de toekomstige uitgaven. Het hoger beroep werd in zijn geheel ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.