ECLI:NL:HR:1989:BH7321
Hoge Raad
- Cassatie
- Royer
- Van der Linde
- Baardman
- Bellaart
- Korthals Altes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ondernemingsvermogen en stakingswinst bij verhuur en verkoop van horecapanden
Belanghebbende exploiteerde sinds 1963 een onderneming bestaande uit een cafetaria en later ook een bar in twee naast elkaar gelegen panden. Na verkoop van de cafetaria in 1971 bleef hij het pand van de cafetaria verhuren en de bar exploiteren in het andere pand. In 1980 verkocht hij de bar en verhuurde het bijbehorende pand voor een periode van vijf jaar met optie tot verlenging.
De Inspecteur stelde dat belanghebbende zijn onderneming per 15 mei 1980 had gestaakt en dat beide panden daarom naar privé-vermogen moesten worden overgebracht. Het Hof oordeelde dat het pand van de bar per die datum naar privé-vermogen moest, maar dat het pand van de cafetaria, waar geen verandering in exploitatie plaatsvond, tot het ondernemingsvermogen kon blijven behoren.
De Hoge Raad stelde dat het Hof een onjuiste maatstaf hanteerde door alleen te kijken naar de verandering in exploitatie van het pand. Na staking van de onderneming moet het pand in principe naar privé-vermogen worden overgebracht, tenzij het tijdelijk wordt aangehouden in afwachting van verkoop. Omdat belanghebbende geen feiten had gesteld die een uitzondering rechtvaardigen, vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof en bevestigde de uitspraak van de Inspecteur.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat beide panden per 15 mei 1980 naar privé-vermogen moeten worden overgebracht na staking van de onderneming.