Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.Het oordeel van het hof
Ik ben naar hun huis gegaan. Toen heb ik gezegd dat ik mijn € 10.000,- terug wilde en dat ik niks meer met hen te maken wilde hebben.”Op de vraag van de raadsheer-commissaris wanneer dat was heeft [appellant] verklaard:
“In 2002”.Ook op andere vragen van de raadsheer-commissaris heeft [appellant] verklaard dat zij medio 2002 aanspraak heeft gemaakt op terugbetaling van het bedrag. Hieruit volgt dat [appellant] medio 2002 bekend was met de schade van € 10.000,- en de daarvoor aansprakelijke persoon ( [geïntimeerde] ), althans dat zij bekend was met de tekortkoming van [geïntimeerde] . De verjaringstermijn is daarom medio 2002 aangevangen.