Uitspraak
[appellant]te noemen,
Grenkete noemen,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep over een leaseovereenkomst voor beveiligingsapparatuur die wegens wanbetaling door de huurder is ontbonden. De centrale vraag was of de huurder wettelijke handelsrente verschuldigd is over de ontbindingsvergoeding en of de opgelegde dwangsom voor teruggave van de apparatuur proportioneel is.
Het hof oordeelt dat de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW alleen van toepassing is op achterstallige leasetermijnen tot de ontbindingsdatum. Over de ontbindingsvergoeding, bestaande uit toekomstige leasetermijnen, is de gewone wettelijke rente verschuldigd. De dwangsom die de kantonrechter oplegde was te hoog en wordt verlaagd van € 250,- per dag tot € 50,- per dag met een maximum van € 1.000,-, mede omdat de apparatuur geen restwaarde meer heeft en er al een contractuele boete geldt.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter behalve ten aanzien van de rente en dwangsom, wijst het hoger beroep deels toe, en veroordeelt de huurder tot betaling van € 3.882,72 plus een aangepaste dwangsom. Grenke wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Hof beperkt de wettelijke handelsrente tot achterstallige leasetermijnen en verlaagt de dwangsom tot € 50 per dag met een maximum van € 1.000.