In deze civiele procedure stond de vraag centraal of Volksbank haar zorgplicht heeft geschonden bij het verstrekken van hypothecaire en persoonlijke leningen aan appellante en haar toenmalig echtgenoot. Het hof bevestigde dat de bank niet had mogen kijken naar het inkomen van de ouders van appellante, wat heeft geleid tot overkreditering. Tevens heeft Volksbank nagelaten te waarschuwen voor de risico's van deze financiering.
Appellante wijzigde haar eis in hoger beroep, waarbij het hof oordeelde dat Volksbank zonder voorbehoud verweer voerde tegen deze wijziging, zodat deze werd aangenomen. Het hof nam een passend financieringsbedrag van €364.000 als uitgangspunt, gebaseerd op een intern document van Volksbank, en wees ook persoonlijke leningen mee in de berekening van de overkreditering.
De restschuld en te veel betaalde rente werden als gevolg van de overkreditering vastgesteld. Het hof verwierp het verweer van Volksbank dat de verkoop van de woning en de schade het gevolg waren van de echtscheiding van appellante. Daarnaast wees het hof de fiscale schadepost af wegens onvoldoende onderbouwing. Uiteindelijk veroordeelde het hof Volksbank tot betaling van €53.706,64 plus wettelijke rente en proceskosten, en verklaarde de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.