ECLI:NL:GHARL:2023:5824
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over beëindiging huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik afgewezen
In deze zaak vordert de verhuurder de beëindiging van een huurovereenkomst met de huurder wegens dringend eigen gebruik van de woning. De huurder woont sinds 1992 in de woning, die voor onbepaalde tijd wordt verhuurd. De verhuurder stelt dat hij de woning dringend nodig heeft voor eigen gebruik, maar woont zelf in een recreatiewoning op het terrein.
De kantonrechter wees de vordering af en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof oordeelt dat de verhuurder onvoldoende heeft aangetoond dat hij de woning dringend nodig heeft. De verhuurder heeft niet concreet toegelicht dat hij zijn huidige recreatiewoning moet verlaten, noch dat er op korte termijn een behoefte aan een mantelzorgwoning bestaat.
Ook het argument dat de verhuurder inkomsten misloopt door het niet kunnen verhuren van de recreatiewoning wordt door het hof niet als dringende reden erkend. Verder is het belang van de verhuurder bij verkorting van de afstand tot zijn zoons en campings beperkt, aangezien de recreatiewoning ook nabijgelegen is.
Het hof benadrukt dat het recht van de huurder uit de huurovereenkomst een aanvaarde beperking vormt op het eigendomsrecht van de verhuurder. De verhuurder komt niet in aanmerking voor dringend eigen gebruik en de huurovereenkomst wordt daarom voor onbepaalde tijd verlengd. De verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de huurovereenkomst wordt voor onbepaalde tijd verlengd.