Belanghebbende B.V. stelde hoger beroep in tegen uitspraken van de rechtbank Gelderland inzake belastingaanslagen en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 25 januari 2023 trok belanghebbende het verzoek om voorlopige voorziening in en introk vervolgens op 28 februari 2023 haar hoger beroepen. Pas op 28 april 2023 verzocht zij om vergoeding van proceskosten en schadevergoeding.
Het hof oordeelt dat het verzoek om proceskosten en schadevergoeding gelijktijdig met de intrekking van het hoger beroep moet worden ingediend conform artikel 8:108, lid 1, in verbinding met artikelen 8:75a en 8:73a Awb. Omdat belanghebbende dit niet tijdig deed, is het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Belanghebbende voerde nog aan dat afspraken met de Inspecteur op 16 mei 2023 tot ontvankelijkheid zouden leiden, maar het hof verwierp dit omdat wettelijke voorwaarden niet ter vrije beschikking van partijen staan. Het hof benadrukt dat vrijwillige vergoeding door de Inspecteur buiten zijn oordeel valt.
Daarnaast verklaarde het hof zich onbevoegd om te oordelen over vermeende niet-naleving van het compromis door de Inspecteur, aangezien dit onder de civiele rechter valt.
De uitspraak is gedaan door raadsheer Verhagen op 11 juli 2023 en de griffier was verhinderd de uitspraak te ondertekenen.