ECLI:NL:HR:2025:713
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingrechtelijke proceskostenzaak
Belanghebbende, een B.V., heeft in cassatie beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 juli 2023. Het geschil betreft verzoeken op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om een veroordeling in de proceskosten van het hoger beroep en om een schadevergoeding.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend en belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het beroep in cassatie is daarom ongegrond verklaard. Het arrest is op 2 mei 2025 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.