ECLI:NL:GHARL:2023:6976

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 augustus 2023
Publicatiedatum
21 augustus 2023
Zaaknummer
P23/128
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38e Wetboek van StrafrechtArtikel 67 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met één jaar vanwege ingrijpende behandeling en veiligheidsrisico

In deze zaak heeft het hof het beroep van het openbaar ministerie behandeld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam om de terbeschikkingstelling (tbs) van de terbeschikkinggestelde met één jaar te verlengen. De rechtbank had het verzoek om een second opinion over de behandeling afgewezen en de duur van de verlenging beperkt tot een jaar vanwege het gebrek aan perspectief en de ingrijpende behandeling.

Het openbaar ministerie stelde dat de verlenging met slechts één jaar niet passend was, omdat de terbeschikkinggestelde nog niet toe was aan de overgang naar reguliere geestelijke gezondheidszorg en de kans op recidive hoog bleef. De kliniek constateerde verbetering maar sprak ook van een chronische schizofrenie die moeilijk te behandelen is. De terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw pleitten voor beperking van de verlenging tot één jaar om de kliniek te prikkelen tot meer duidelijkheid over de behandeling.

Het hof bevestigde de beslissing van de rechtbank met enkele verbeteringen. Het stelde vast dat de verlenging noodzakelijk is vanwege de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen, waarbij de algemene veiligheid van goederen geen grond meer is na vier jaar tbs. Het hof vond het passend de verlenging te beperken tot één jaar vanwege de combinatie van elektroconvulsietherapie en hoge doseringen medicatie, die schadelijke effecten kan hebben bij langdurige toepassing. De volgende rechterlijke beoordeling zal daardoor eerder plaatsvinden dan na twee jaar.

De beslissing van de rechtbank Amsterdam van 7 maart 2023 werd met deze aanvullingen en verbeteringen bevestigd door het hof op 3 augustus 2023.

Uitkomst: De terbeschikkingstelling wordt verlengd met één jaar vanwege de ingrijpende behandeling en veiligheidsrisico's.

Uitspraak

TBS P23/128
Beslissing van 3 augustus 2023
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van het openbaar ministerie in de zaak tegen
[terbeschikkinggestelde],
geboren te [plaats] ( [land] ) op [datum] ,
verblijvende in [kliniek] (verder te noemen: de kliniek),
verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 7 maart 2023. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar en – impliciet – afwijzing van het verzoek om een second opinion te laten verrichten over de behandeling van de terbeschikkinggestelde.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
– het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
– de beslissing waarvan beroep;
– de akte van 20 maart 2023 waarbij de officier van justitie beroep heeft ingesteld;
– de memorie van appel van de officier van justitie van 30 maart 2023;
– het proces-verbaal van de zitting van het hof van 6 juli 2023;
– het aanvullend advies van de kliniek van 22 juni 2023;
– de wettelijke aantekeningen over de periode van 21 maart 2022 tot en met 21 februari 2023.
Het hof heeft ter zitting van 20 juli 2023 gehoord de advocaat-generaal, mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit, en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. B.J. de Groot, advocaat te Haarlem.

Overwegingen

Het standpunt van het openbaar ministerie
De terbeschikkinggestelde is er beter aan toe dan op de zitting van 6 juli 2023. Het is positief dat hij binnen de kliniek is overgeplaatst naar een andere afdeling. De rechtbank heeft de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling beperkt tot een jaar. Daaraan is ten grondslag gelegd dat de terbeschikkinggestelde perspectief moet worden geboden. Die redenering is echter niet te rijmen met vaste rechtspraak van het hof dat perspectief moet worden gevonden in het verlenen van medewerking aan de behandeling, zoals overwogen in ECLI:NL:GHARL:2023:2131.
De kliniek ziet verbetering bij de terbeschikkinggestelde. Er is nog wel sprake van chronische schizofrenie, wat moeilijk te behandelen is, maar de terbeschikkinggestelde is minder agressief dan voorheen. De kans op recidive wordt nog wel ingeschat als hoog. Verder meent de kliniek dat het nog veel te vroeg is om de stap te zetten van de terbeschikkingstelling naar de reguliere geestelijke gezondheidszorg. Het voorgaande brengt mee dat in het geval van verlenging van de terbeschikkingstelling met een jaar, de terbeschikkinggestelde na afloop van die termijn nog niet toe zal zijn aan de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Er is dus voldoende reden om de beslissing van de rechtbank te vernietigen en de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De afwezigheid van perspectief voor de terbeschikkinggestelde was voor de rechtbank de reden om de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling te beperken tot een jaar. Er lopen nog klachtprocedures tegen de kliniek over de inzet van dwangmedicatie. In die procedures wordt nog gewacht op een reactie van de kliniek. Tekenend voor het tekortschieten van de kliniek is dat in het aanvullend advies van 22 juni 2023 staat dat de terbeschikkinggestelde zal worden overgeplaatst naar een andere afdeling, terwijl die overplaatsing toen al had plaatsgevonden. Natuurlijk heeft de rechtbank terecht overwogen dat niet te verwachten valt dat de terbeschikkinggestelde over een jaar zal zijn uitbehandeld, maar dit laat onverlet dat er redenen zijn om de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling te beperken tot een jaar. In dat geval wordt de kliniek ook geprikkeld om meer duidelijkheid te verschaffen over de koers die zij voor ogen heeft. Concluderend heeft de raadsvrouw bepleit dat het hof de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling zal beperken tot een jaar.
Het oordeel van het hof
Verbeterde lezing van de beslissing waarvan beroep
De rechtbank heeft weliswaar overwogen dat zij het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak (om een second opinion te verrichten) afwijst, maar heeft verzuimd deze beslissing op te nemen in het dictum. Het hof merkt dit aan als een kennelijke vergissing en leest het dictum van de rechtbank op dit punt verbeterd.
Bevestiging van de beslissing waarvan beroep met verbetering en aanvulling van gronden
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden en op de juiste wijze heeft beslist, met uitzondering van het volgende.
Criterium voor verlenging van de terbeschikkingstelling
De rechtbank heeft geoordeeld dat ‘de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat’ de terbeschikkingstelling wordt verlengd. Omdat de totale duur van de maatregel een periode van vier jaren te boven gaat, kan de algemene veiligheid van goederen echter geen grond meer zijn voor verlenging (artikel 38e, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht). Gelet op het uitgebrachte advies en op hetgeen overigens op de zitting naar voren is gekomen, stelt het hof vast dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist. Het hof verbetert in zoverre de beslissing van de rechtbank.
Het hof zal de beslissing waarvan beroep met die verbetering en met overneming van de overige gronden bevestigen, met aanvulling van het volgende.
Duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat er in dit geval redenen zijn om de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling te beperken tot een jaar. Die redenen zijn gelegen in de omstandigheid dat de terbeschikkinggestelde een zeer ingrijpende behandeling ondergaat, waarin sprake is van de combinatie van elektroconvulsietherapie (ect) en het gebruik van zeer veel medicatie waaronder een hoge dosering clozapine. Bij een dergelijke behandeling zijn er in verband met de mogelijkheid van schadelijke effecten grenzen aan de duur ervan. Mede in verband daarmee, acht het hof het wenselijk dat de volgende rechterlijke beoordeling eerder zal plaatsvinden dan na een termijn van twee jaren.

BESLISSING

Het hof bevestigt met aanvulling en verbetering van gronden als voormeld de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 7 maart 2023 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde, [terbeschikkinggestelde] .
Aldus gedaan door
mr. M. Keppels, voorzitter,
mr. W.A. Holland en mr. P.C. Vegter, raadsheren,
drs. C.J.J.C.M. van Gestel en drs. R.J.A. van Helvoirt, raden,
in tegenwoordigheid van mr. D. van der Geld, griffier,
en op 3 augustus 2023 in het openbaar uitgesproken.
Mr. Holland, mr. Vegter en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.