Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
“zeer vochtig tot nat”moet worden gelezen
“vochtig”. In het kort gaat het om het volgende.
3.Het oordeel van het hof in het principaal en het incidenteel hoger beroep
“Mould house Hoevelaken”van juni 2020 van de Bouwkundewinkel van de TU/e.
“Vochtproblemen in de woning [adres] te [woonplaats1] ”van 28 november 2021 verdedigd dat uit het rapport van Trition uit 2017 blijkt dat de vochtproblemen in de badkamer werden veroorzaakt door een lekke waterafvoer. Hij verwijt Trition dat zij, toen zij in de afvoer een vervuiling aantroffen, deze niet hebben weggespoten om zodoende de afvoer verder te kunnen onderzoeken. Hij heeft verder opgemerkt dat de door Trition gemeten luchtvochtigheid en hoeveelheden CO2 niet duiden op onvoldoende ventilatie. Het uit de lekke afvoerleiding sijpelende water veroorzaakte de vochtplekken en zoutuitbloeiingen in de kelderkast. Daarmee heeft [partijdeskundige2] niet weersproken dat volgens Trition de relatieve luchtvochtigheid te lang op een te hoog niveau bleef en dat daarom de badkamer beter moet worden geventileerd om schimmelvorming te voorkomen. Dat er mogelijk een lekkage is in de afvoer van de badkamer is een hypothese die echter in de andere onderzoeken niet is komen vast te staan. Vervolgens heeft [partijdeskundige2] bestreden dat er te hoge CO2- en luchtvochtigheidswaarden zijn gemeten in de slaapkamer aan de voorkant en dat daarom de conclusie dat er in die kamer onvoldoende is geventileerd onjuist is. Zou [partijdeskundige2] hierin worden gevolgd, dan stelt het hof vast dat de Alliantie adequaat op de klacht van [de huurster] heeft gereageerd door Trition onderzoek te laten verrichten naar de schimmelvorming en dat in geen enkel onderzoek nadien is vastgesteld dat er sprake was van schimmelvorming in de slaapkamer aan de voorkant. In dit opzicht is er dus geen sprake van een tekortkoming van de Alliantie.