ECLI:NL:GHARL:2023:9018
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Th.C.M. Willemse
- J.H. Lieber
- M.S.A. van Dam
- mr. ing. E. Oostra
- ing. C.R.M. Francissen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontbinding pachtovereenkomst en betaling achterstallige pacht na faillissement verpachter
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beslissing van de pachtkamer in Roermond waarbij de curator in het faillissement van de moeder van de pachtster vorderingen instelde tot betaling van achterstallige pacht en ontbinding van de pachtovereenkomst. De pachtster, die een kas van haar moeder pachtte, betwistte deze vorderingen.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter exclusief bevoegd is ondanks een forumkeuzebeding voor de Duitse rechter, omdat het onroerend goed in Nederland is gelegen en dwingend Nederlands recht van toepassing is. De grondkamer had de pachtovereenkomst gewijzigd goedgekeurd en daarbij het forum- en rechtskeuzebeding geschrapt. Dit oordeel blijft gelden zolang geen beroep bij de Centrale Grondkamer is ingesteld.
De curator vordert enkel pachtsommen die na het faillissement zijn ontstaan, welke niet kunnen worden verrekend met vorderingen van de pachtster. De vordering van de pachtster in reconventie wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof wijst de gewijzigde eis van de curator toe tot betaling van een gebruiksvergoeding over de periode na ontbinding tot ontruiming van het gepachte.
De pachtster wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige pacht en de gebruiksvergoeding, alsmede de proceskosten in hoger beroep. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad en bekrachtigt het eerdere vonnis met uitzondering van de toegewezen gebruiksvergoeding na ontbinding.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de pachtster tot betaling van achterstallige pacht en gebruiksvergoeding na ontbinding aan de curator en bekrachtigt het vonnis van de pachtkamer.